bOEKenwIJSheid
uit Tumbas, Graven van dichters en denkers, van Cees Nooteboom :
Ik ben naar boven geklommen, naar het Cementeri Municipal. Gejank van rangerende treinen van beneden – een grensplaats, vroeger moest je hier van trein veranderen omdat de sporen in Spanje anders waren. Bij het kerkhof zijn pogingen gedaan om iets monumentaals te maken. Verder naar boven een kale berg, maar waar ik sta verdwijnt een metalen tunnel rechtstreeks in de grond; in werkelijkheid een soort gang die van de helling af tot een rots leidt, en daar kan men door een raam naar de zee kijken. Cactussen, mediterrane struiken. Een stenen muur, gestapeld, bedacht, van een andere orde dan het leisteen eromheen. Van de muur loopt een weg van glanzende, donkere metalen platen naar de tunnelingang. Een tamarisk ernaast, maar zonder bedoeling. Gewoon, een boom die er staat.
[Cees Nooteboom, Tumbas, graven van dichters en denkers, met foto's van Simone Sassen, Uitgeverij Atlas, Amsterdam/Antwerpen, 2007, p. 50]
~~
uit De tijgerkat, van G. Tomasi de Lampedusa :
(de hoofdfiguur sterft, met de familie om hem heen)
Er stond een kleine menigte om hem heen, een groep onbekenden die hem strak aanstaarden, met bange gezichten. Langzaamaan zag hij wie zij waren : (…).
Opeens drong een jongedame door het groepje naar voren: slank, in een kastanjebruin reiskostuum met een flinke tournure, en met een strohoedje voorzien van een genopte voile die de betoverende aanvalligheid van haar gelaat niet vermocht te verhullen. Haar in een wildleren handschoen gestoken handje duwde de ellebogen opzij van twee van de huilende omstanders, ze verontschuldigde zich en trad op hem toe. Zij was het, naar wie hij vurig verlangd had, het lieflijke wezen kwam hem halen. Ze was zo jong, wat vreemd dat ze zich aan hem wilde geven. (…) Toen ze vlak voor hem stond sloeg ze haar voile op en zo, kuis maar in volle overgave, leek ze hem mooier dan hij haar ooit tussen de sterren had ontwaard.
De bulderende zee viel opeens volkomen stil.
Zo de laatste adem te mogen uitblazen …
[G. Tomasi di Lampedusa, De tijgerkat, vertaald door Anthonie Kee, Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2000, p. 231]